- Home
- Rubriek:Animal Crossing
Ik heb het zolang mogelijk uitgesteld, maar vandaag was het dan toch zover: ik ging naar de kledingboetiek van Sable en Mabel. Met tegenzin, dat dan weer wel. Al sinds ik in Kramer woon zag ik op tegen dit moment omdat ik – jullie vergeven me hopelijk als ik even uit mijn rol stap – de kleding nu zou moeten ontwerpen door met een Wii afstandsbediening naar de televisie te wijzen. Toen ik nog in Costanza woonde kon ik rechtstreeks op mijn eigen shirtjes tekenen met de stylus van de DS. Nu zou ik het over een afstand van twee meter moeten doen met een denkbeeldige kwast. Ik verheugde me er niet op.
Ik heb het natuurlijk toch gedaan en laat me jullie vertellen: dat viel niet mee. Schilderen met de Wii afstandsbediening voelde alsof de steel van mijn kwast twee meter lang was, en van rubber. Die afstandsbediening is prima geschikt om dingen aan te wijzen, maar rechte lijnen trekken bleek zowat onmogelijk. Zelfs kromme lijnen waren lastig (die werden meestal recht). Plots begreep ik waarom dat spel over Bob Ross nooit van de grond is gekomen. En over Bob gesproken, toen ik werd geconfronteerd met zoveel paarse verf restte mij natuurlijk niets anders dan een portret te schilderen van mijn favoriete Animal Crossing-bewoner allertijden. Een slecht gelijkend portret van Bob is vanaf heden verkrijgbaar in Kramer’s kledingboetiek!
Kan iemand mij vertellen wie kapitein Olimar is? Of nee, laat ik beginnen bij het begin.
Toen ik vanmorgen buiten kwam, klaar om het leven bij de horens te vatten en er weer een mooie dag van te maken, werd ik aangesproken door de postbode die me voor de deur stond op te wachten. Hij had een brief voor me. Ik wilde vragen waarom hij die brief dan niet gewoon in de brievenbus had gedeponeerd, maar postbode Pete beweerde dat hij het te druk had om te kletsen. Zo druk zelfs dat hij nog een paar minuten doelloos bleef ronddwalen nadat hij de envelop in mijn handen had gedrukt.
Dus daar stond ik dan. Nog steeds klaar om er een mooie dag van te maken, maar nu met een mysterieuze brief in mijn handen. Toch wel nieuwsgierig scheurde ik de envelop open en haalde er een raar hoedje uit. Rood, met een plantje op de bovenkant. Volgens de bijbehorende brief, geschreven door ene Olimar, leek hij sprekend op de hoedjes die de buitenaardse wezens droegen op zijn favoriete planeet. Nu heb ik niks tegen gratis cadeautjes, maar als ze me worden toegestuurd door mensen die beweren in contact te staan met de buitenaardsen ben ik altijd extra op mijn hoede. Daarom nogmaals mijn vraag…
Maar weinig activiteiten hebben op mij zo’n rustgevende uitwerking als vissen. En dus stond ik vanmorgen alweer aan het strand om mijn hengel uit te werpen. Met de wind tussen mijn tenen en het zand in mijn haar (of was het nu andersom?) voelde ik alle zorgen van me afglijden. Voorwaar, het leven was zo slecht nog niet! Zelfs de vissen hadden er zin in; al binnen een minuut had ik beet. Als eerste haalde ik een zeebaars binnen. Daarna kwam nog een zeebaars en na die zeebaars volgden nóg twee zeebaarzen. Die laatste gooide ik verveeld terug in de zee. Dit vistochtje werd me iets te rustgevend.
Ik stond al op het punt de hengel weer op te vouwen toen ik vanuit mijn ooghoek Limberg zag naderen. Hij zag mij ook en holde op me af. Neuriënd kwam hij tegen me aan leunen, hij had duidelijk iets belangrijks te zeggen. ‘Hé lil’ guy,’ begon hij, ‘ik zie dat je een zeebaars hebt gevangen! Ben je bereid hem te ruilen tegen dit Polka Dot Shirt? Ik heb altijd al een zeebaars willen hebben maar het is me nooit gelukt er één te vangen.’ Hoewel ik een beetje twijfelde aan Limberg’s inzet (hoe vaak heeft hij zijn hengel uitgeworpen als het hem niet eens lukt een zeebaars te vangen?) zei ik toch maar ja. Ik mag Limberg tenslotte graag en ik wilde hem niet teleurstellen. Nu rest mij dus eigenlijk nog maar één vraag: hoeveel zou Tom Nook overhebben voor een tweedehands Polka Dot Shirt?
Ik ging op bezoek bij mijn overbuurman Limberg. Niet voor de gezelligheid, maar vooral uit bezorgdheid. Dat zit zo: in de afgelopen twee maanden heb ik Limberg leren kennen als een muis die graag laat naar bed gaat. Later dan ik, en dat zegt wat. Maar nu was het pas negen uur en ik had hem al de hele avond niet gezien. Dat was gek, want ik heb Limberg in de afgelopen twee maanden ook leren kennen als een muis die het liefst de hele dag buiten is. Meer een veldmuis dan een huismuis, zullen we maar zeggen. Een beetje bezorgd klopte ik dus op zijn voordeur. Het licht brandde, hij moest thuis zijn.
Wat ik daarbinnen aantrof valt met geen pen te beschrijven, hoewel ik het nu toch ga proberen. In een hoekje van de muffe woonkamer stond Limberg te rillen van de kou, ook al was het helemaal niet koud. Hij zag er slecht uit – bleek, met diepe wallen onder zijn ogen. “Oma, bent u dat?” vroeg hij zwakjes. “Ik voel me niet zo goed.” Die arme Limberg, hij was duidelijk doodziek! Zo snel als ik kon holde ik naar de winkel van Tom Nook (supermarkt, tuincentrum, woonwinkel én apotheek) voor een zak medicijnen. Toen hij die naar binnen had gewerkt zei Limberg dat hij zich al een stukje beter voelde, maar hij zag er eerlijk gezegd nog niet beter uit. Ik vrees dat het nog wel een paar dagen zal duren voordat hij weer helemaal de oude is.
Ik zeg het nog maar een keer: smokings zijn geweldig! Sinds ik rondloop in het zwart jasje met het witte overhemd voel ik me zelfverzekerder, zijn de dorpsbewoners vriendelijker en serveert Brewster mijn koffie in een schoon kopje (daarvoor dus blijkbaar niet!?) Maar het is niet alleen mijn imago dat erop vooruit is gegaan. Alles gaat beter met een smoking. Zo stond ik vandaag voor de zoveelste keer bovenaan de waterval, te doen wat ik daar altijd doe. Namelijk: mijn hengel uitwerpen in de diepte. Op goed geluk natuurlijk, maar stiekem hoop je toch dat er een keer iets zal bijten. Hoe stoer zou dat zijn? Bovenop de waterval een vis vangen die ergens in de rivier beneden rondzwemt.
Of het echt kwam door mijn nieuwe smoking zullen we wel nooit weten, maar vandaag was dat precies wat er gebeurde. Ik voelde iemand aan mijn haakje knabbelen, haalde de hengel binnen en hield plotseling een spartelende goudvis in mijn handen. Blathers, de beheerder van het Kramer-museum, zal zijn ogen niet geloven als ik dit exemplaar kom afgeven. En als ik daar dan toch ben, bestel ik misschien ook weer een kopje koffie in Brewster’s koffiebar. Sinds ik lid ben van de schone kopjes-club smaken die me namelijk nog veel beter!
De rest van de wereld wist het natuurlijk al langer, maar sinds kort ben ik er ook achter: een smoking dragen is fantastisch! Ik voel me niet alleen een ander mens, ik word ook opeens behandeld als een ander mens. Zomaar uit het niets komen mijn buren me vertellen hoe hip ze mijn nieuwe shirt vinden. (Heb je die soms gekocht bij Graciegrace, wilde Jambette weten. Ze kon mijn bevestigende antwoord bijna niet geloven). Ook geeft iedereen me al de hele dag rollen behangpapier cadeau. Waarschijnlijk vanuit de gedachte: iemand die zichzelf zo mooi aankleedt moet ook in een mooi aangekleed huis wonen.
(Al kan het er ook mee te maken hebben dat Sahara de rondreizende wandtapijtverkoopster vandaag in Kramer was).
Alleen Olivia, de vervelende buurvrouw die zelf altijd opschept over haar dure kleding, heeft nog niets over mijn smoking gezegd. En het is niet alsof ik haar niet genoeg kansen heb gegeven. De hele dag draai ik al om haar heen. Ik bots per ongeluk tegen haar op, ik kuch zo opvallend mogelijk en bij iedere gelegenheid spreek ik haar even aan. Het bestaat niet dat ze het niet heeft gemerkt, maar ze negeert mijn nieuwe smoking gewoon. Ze maakt opmerkingen over het weer of ze zegt dat ze echt geen behangpapier voor me heeft. Olivia doet net of er niets aan de hand is, maar ik zie hoe haar ogen branden van jaloezie. Ze kan het niet uitstaan dat ik nu de best geklede inwoner van Kramer ben!
Vandaag was het dan zover. Eindelijk ging ook ik een kijkje nemen in die grote stad waar iedereen altijd zulke enthousiaste verhalen over heeft. En als ik zeg ‘iedereen’, dan bedoel ik natuurlijk vooral mijn buurvrouw Olivia. En als ik zeg ‘enthousiaste verhalen’, dan bedoel ik natuurlijk vooral haar eindeloze gezeur over kledingboetiek Graciegrace waar zij al haar kleding koopt omdat haar smaak zoveel verfijnder is dan de mijne. (Ik ben het daar niet per se mee oneens, maar ze hoeft het er ook niet zo nadrukkelijk in te wrijven). Op mijn gemak wandelde ik dus naar de bushalte. Ik had zowaar geluk: voordat ik zelfs maar op het bord met aankomsttijden kon kijken parkeerde de bus al voor mijn neus. Wat een timing!
Het plan was om direct na aankomst naar Graciegrace te hollen en daar het allerduurste kledingstuk te kopen, maar halverwege zag ik opeens een bekend gezicht tussen het winkelende publiek. Het was mijn oude vriend Egbert! De laatste keer dat ik hem zag is meer dan een jaar geleden, maar toen ik hem aansprak maakte hij een typische Egbert-opmerking en het was meteen weer precies zoals vroeger. Hij zei: “Waar zijn alle restaurants in deze stad!? Geen restaurants betekent dat ik ook geen Panna Cotta kan eten!” Ik moest lachen. Blijkbaar heeft hij na al die tijd nog steeds een voorkeur voor exclusieve toetjes. Kon ik hem maar overhalen om ook naar Kramer te verhuizen. Animal Crossing is gewoon niet hetzelfde zonder Egbert.
Kledingboetiek Graciegrace viel na al die enthousiaste verhalen wel een beetje tegen. Vanwege een grote uitverkoop was bijna alles… nou ja, uitverkocht. Het enige wat er nog hing was een zwarte smoking. Die heb ik toen maar gekocht. Hij kostte 3600 Bells maar volgens verkoopster Labelle was dat de halve prijs. Eigenlijk heb ik nu dus een behoorlijk exclusieve smoking ter waarde van 7200 Bells. Ik kan niet wachten om Olivia stikjaloers te maken!
De burgemeester liet het vanmorgen omroepen door het hele dorp: het is rommelmarktdag in Kramer! Dé kans voor alle dorpsbewoners om van hun overbodige troep af te komen. Op rommelmarktdag is ieder huis als het ware een klein winkeltje waar je zonder kloppen naar binnen mag lopen. Zie je een stoel of een tafel die je bevalt, dan vraag je gewoon aan de eigenaar hoeveel hij ervoor wil hebben en met een beetje geluk mag je je nieuwe meubelstuk direct mee naar huis nemen. Voor koopjesjagers zoals ik is het één van de mooiste dagen van het jaar.
Al was de oogst deze keer wel erg mager. De inwoners van Kramer zijn helaas gezegend met een deprimerend slechte maak. Na het zoveelste huis vol strandstoelen en plastic flamingo’s was ik klaar om de moed op te geven. Alleen Limberg, die chagrijnige oude muis, had een intrigerend voorwerp in zijn woonkamer. Een glazen doosje, half-verscholen achter een plastic flamingo. Ik vroeg aan Limberg wat het was. Hij schakelde meteen over naar gladde-verkoper-modus: “Oh! Nou dat is toevallig, ik zat net te bedenken hoe goed dit voorwerp bij jou past! Geloof me Erik, deze pill bug is practischer dan je denkt! Je zult hem de hele tijd gebruiken. Voor maar 306 Bells is hij van jou!”
Gehypnotiseerd door zijn mooie woorden hoorde ik mezelf ‘ja’ zeggen. Op dat moment leek het werkelijk alsof een pissebed precies was wat mijn leven nog miste. Pas toen ik weer buiten stond werd de betovering verbroken en kwamen langzaam de gebeurtenissen van de vorige dag weer terug. Zou hij… was het mogelijk dat… hij zou toch niet? Had ik nu echt mijn eigen pill bug teruggekocht voor 306 Bells!? Vanachter de gesloten deur hoorde ik iemand zachtjes giechelen.
Belofte maakt schuld, zelfs als je vooraf niet weet wat het is dat je belooft. Al twee dagen lang probeert Limberg mij een schuldcomplex aan te praten. Eerst vraagt hij of ik iets voor hem wil doen. Een klusje, een karweitje, hij laat het altijd klinken alsof het niet veel voorstelt. Pas als ik ja heb gezegd komt de spreekwoordelijke aap uit de mouw. Of ik misschien ‘even’ een stringfish voor hem wil vangen, vraagt hij dan. Een stringfish! Dat is alleen maar één van de zeldzaamste vissen in het hele spel. Ik heb nog nooit een stringfish gevangen, laat staan dat ik het zomaar even op commando zou kunnen.
Ik was dan ook een beetje terughoudend toen Limberg me vandaag vroeg of ik hem ‘een plezier’ wilde doen. O jee, dacht ik, dit gaat natuurlijk weer over die stringfish. Aan de andere kant wil ik wel heel graag vriendschap sluiten met die chagrijnige muis. Tegen beter weten in stemde ik dus toch weer toe. “Weet je Erik,” begon hij, “ik heb altijd al eens een pillbug willen zien, zou jij misschien…”
De rest van de vraag hoorde ik al niet meer, onderweg als ik was naar het dichtstbijzijnde rotsblok. Een pillbug! Het stikt in Kramer van de pillbugs! Dit was eindelijk een klusje waarbij ik Limberg niet hoefde teleur te stellen. Ik sloeg met mijn schep tegen een steen en ving de pillbug die er onder vandaan rolde. In recordtijd racete ik terug naar Limberg en overhandigde hem trots het gevangen insect.
Hij bekeek het beestje van alle kanten. “Goh, dus dit is nou een pillbug? Ik had er nog nooit één in het echt gezien.” Limberg krabde zich eens achter zijn oor. “Hij valt me eerlijk gezegd een beetje tegen, maar toch bedankt voor de moeite hè.” Hij zei het niet, maar ik hoorde het hem denken: “ik had liever een stringfish gehad.” Ik zuchte nog maar eens diep. Vriendschap sluiten met Limberg zou moeilijker worden dan ik had gedacht.
Zoals ik al had verwacht was mijn sneeuwpop gesmolten voordat de palmboom ernaast zelfs maar was volgroeid. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Ik wilde een sneeuwpop naast mijn palmboom. Nu heb ik gewoon een palmboom met niets ernaast, net als iedereen. Maar niet getreurd, ik ben niet van plan om het al na één sneeuwpop op te geven. Ik moet en ik zal een foto schieten waarop ik tussen een palmboom en een sneeuwpop sta.
En dus maakte ik vanmorgen een grote sneeuwbal en rolde hem tot vlak naast de palmboom. Dat was alvast het lijf van mijn nieuwe sneeuwpop. Voor het hoofd moest ik iets meer moeite doen, want de tweede sneeuwbal lag helemaal aan de andere kant van het dorp, bij NookWay, de supermarkt van Kramer. Ik moest hem over twee bruggen rollen en van een steile helling af. Het zweet stond in mijn handen terwijl ik het hoofd van de sneeuwpop vlak langs de rivier duwde. Nog één laatste hindernis in de vorm van een kuil die ik was vergeten dicht te gooien, en toen arriveerde ik bij mijn palmboom…
…nog net op tijd om te zien hoe een mestkever het lijf van mijn sneeuwpop in de zee rolde.
Die rotbeesten! De volgende keer dat ik een sneeuwpop bouw neem ik een vliegenmepper mee!
Recente Reacties