- Home
- Rubriek:Animal Crossing
Vroeger dacht ik dat burgemeesters gratis in een ambtsvilla mochten wonen. Je weet wel. Een luxe huis met een tuinman, een privé-kok en een butler die Jeeves of Alfred heet. Echt iets voor mij dus, maar helaas hielp mijn secretaresse Isabelle me vandaag uit die droom; als burgemeester van Seinfeld moet ik gewoon voor mijn eigen onderdak zorgen. Ze stuurde me naar de winkelstraat want daar zat volgens haar een goede makelaar.
Je voelt hem al aankomen: de makelaar bleek niemand minder dan Tom Nook. Die gluiperd was zijn beste klant zeker achterna gereisd om me voor de derde keer een duur huis aan te smeren. Ik was benieuwd wat voor tochtige schuur hij deze keer in de aanbieding had, maar Tom had iets nieuws bedacht: hij ging mijn nieuwe huis van de grond af opbouwen. Het leuke daarvan was dat ik zelf de plek mocht aanwijzen waar ik het liefst wilde wonen. Ik koos een stuk grond aan de rand van het dorp. Naast een indrukwekkende waterval en bovenop een klif die uitkijkt over de oceaan. Als dit huis eenmaal af is lijkt het net een Bob Ross-schilderij.
Het nadeel van Nook’s nieuwe methode is dat de bouw van mijn huis pas begint als ik een aanbetaling heb gedaan van 10.000 Bells. Tot die tijd slaap ik noodgedwongen in een piepklein tentje. Ik vrees dat ik die butler voorlopig dus wel op mijn buik kan schrijven.
Dus ik had vandaag een interessante dag. Het begon al toen ik op het station werd opgewacht door iets dat ik alleen maar kan omschrijven als een welkomstcomité. (Vier dieren die confetti strooiden en allemaal tegelijk “welkom” riepen). Ik vroeg of alle bezoekers zo hartelijk werden ontvangen, maar dat bleek niet het geval. Ze hadden mij alleen staan opwachten omdat ik de nieuwe burgemeester van Seinfeld was.
Wacht, wat?
Ik probeerde uit te leggen dat ze zich vergisten en dat ik helemaal geen verstand had van politiek, maar daar wilde het welkomstcomité niets van weten. Hun burgemeester zou vandaag arriveren, en aangezien er niemand anders uit de trein was gestapt moest ik hem wel zijn. Een van de dieren stelde zich zelfs voor als mijn nieuwe secretaresse. Ze sleepte me mee naar het stadhuis, liet me een formulier ondertekenen en voor ik het goed en wel besefte stond ik op het dorpsplein om een speciale burgemeesterboom te planten. Ik snap nog steeds niet wat er precies is gebeurd, maar blijkbaar ben ik de nieuwe burgemeester van Seinfeld!
Hallo lief dagboek. Ken je mij nog? Het is lang geleden dat ik voor het laatst in je schreef, maar dat kwam door mijn vorige woonplaats Kramer. Alles wat daar gebeurde had ik al eerder en beter meegemaakt in Costanza. Weet je nog lief dagboek? Dat schattige dorpje waar ik woonde van 2005 tot 2006? Ik hoopte zo dat het in Kramer net zo gezellig zou worden, maar de magie was er gewoon niet meer. Daarom ben ik vanmorgen ook in de trein gestapt. Het is tijd voor nieuwe avonturen! Misschien dat een andere omgeving kan zorgen voor…
Oh, wacht even dagboek. Er komt hier opeens een wildvreemde kat tegenover me zitten. De hele coupé is leeg en toch kiest hij precies de stoel tegenover mij. Waar slaat dat op? En nu begint hij me ook nog allerlei vragen te stellen. Welke dag het is en hoe de plattegrond van mijn nieuwe dorp eruitziet. Hoe moet ik dat weten als ik er nog nooit ben geweest? Ik heb sowieso het idee dat ik in de maling word genomen, want nu zegt die kat ook nog dat hij Erik een schattige naam vindt voor een meisje zoals ik. Wat de ef? Zo lang is mijn haar toch nog niet?
Gelukkig hoor ik de conducteur zojuist omroepen dat we bijna onze plaats van bestemming hebben bereikt. Tijd dus om afscheid te nemen van dat rare beest en me voor te bereiden op mijn nieuwe avontuur.
Ik heb het zolang mogelijk uitgesteld, maar vandaag was het dan toch zover: ik ging naar de kledingboetiek van Sable en Mabel. Met tegenzin, dat dan weer wel. Al sinds ik in Kramer woon zag ik op tegen dit moment omdat ik – jullie vergeven me hopelijk als ik even uit mijn rol stap – de kleding nu zou moeten ontwerpen door met een Wii afstandsbediening naar de televisie te wijzen. Toen ik nog in Costanza woonde kon ik rechtstreeks op mijn eigen shirtjes tekenen met de stylus van de DS. Nu zou ik het over een afstand van twee meter moeten doen met een denkbeeldige kwast. Ik verheugde me er niet op.
Ik heb het natuurlijk toch gedaan en laat me jullie vertellen: dat viel niet mee. Schilderen met de Wii afstandsbediening voelde alsof de steel van mijn kwast twee meter lang was, en van rubber. Die afstandsbediening is prima geschikt om dingen aan te wijzen, maar rechte lijnen trekken bleek zowat onmogelijk. Zelfs kromme lijnen waren lastig (die werden meestal recht). Plots begreep ik waarom dat spel over Bob Ross nooit van de grond is gekomen. En over Bob gesproken, toen ik werd geconfronteerd met zoveel paarse verf restte mij natuurlijk niets anders dan een portret te schilderen van mijn favoriete Animal Crossing-bewoner allertijden. Een slecht gelijkend portret van Bob is vanaf heden verkrijgbaar in Kramer’s kledingboetiek!
Kan iemand mij vertellen wie kapitein Olimar is? Of nee, laat ik beginnen bij het begin.
Toen ik vanmorgen buiten kwam, klaar om het leven bij de horens te vatten en er weer een mooie dag van te maken, werd ik aangesproken door de postbode die me voor de deur stond op te wachten. Hij had een brief voor me. Ik wilde vragen waarom hij die brief dan niet gewoon in de brievenbus had gedeponeerd, maar postbode Pete beweerde dat hij het te druk had om te kletsen. Zo druk zelfs dat hij nog een paar minuten doelloos bleef ronddwalen nadat hij de envelop in mijn handen had gedrukt.
Dus daar stond ik dan. Nog steeds klaar om er een mooie dag van te maken, maar nu met een mysterieuze brief in mijn handen. Toch wel nieuwsgierig scheurde ik de envelop open en haalde er een raar hoedje uit. Rood, met een plantje op de bovenkant. Volgens de bijbehorende brief, geschreven door ene Olimar, leek hij sprekend op de hoedjes die de buitenaardse wezens droegen op zijn favoriete planeet. Nu heb ik niks tegen gratis cadeautjes, maar als ze me worden toegestuurd door mensen die beweren in contact te staan met de buitenaardsen ben ik altijd extra op mijn hoede. Daarom nogmaals mijn vraag…
Maar weinig activiteiten hebben op mij zo’n rustgevende uitwerking als vissen. En dus stond ik vanmorgen alweer aan het strand om mijn hengel uit te werpen. Met de wind tussen mijn tenen en het zand in mijn haar (of was het nu andersom?) voelde ik alle zorgen van me afglijden. Voorwaar, het leven was zo slecht nog niet! Zelfs de vissen hadden er zin in; al binnen een minuut had ik beet. Als eerste haalde ik een zeebaars binnen. Daarna kwam nog een zeebaars en na die zeebaars volgden nóg twee zeebaarzen. Die laatste gooide ik verveeld terug in de zee. Dit vistochtje werd me iets te rustgevend.
Ik stond al op het punt de hengel weer op te vouwen toen ik vanuit mijn ooghoek Limberg zag naderen. Hij zag mij ook en holde op me af. Neuriënd kwam hij tegen me aan leunen, hij had duidelijk iets belangrijks te zeggen. ‘Hé lil’ guy,’ begon hij, ‘ik zie dat je een zeebaars hebt gevangen! Ben je bereid hem te ruilen tegen dit Polka Dot Shirt? Ik heb altijd al een zeebaars willen hebben maar het is me nooit gelukt er één te vangen.’ Hoewel ik een beetje twijfelde aan Limberg’s inzet (hoe vaak heeft hij zijn hengel uitgeworpen als het hem niet eens lukt een zeebaars te vangen?) zei ik toch maar ja. Ik mag Limberg tenslotte graag en ik wilde hem niet teleurstellen. Nu rest mij dus eigenlijk nog maar één vraag: hoeveel zou Tom Nook overhebben voor een tweedehands Polka Dot Shirt?
Ik ging op bezoek bij mijn overbuurman Limberg. Niet voor de gezelligheid, maar vooral uit bezorgdheid. Dat zit zo: in de afgelopen twee maanden heb ik Limberg leren kennen als een muis die graag laat naar bed gaat. Later dan ik, en dat zegt wat. Maar nu was het pas negen uur en ik had hem al de hele avond niet gezien. Dat was gek, want ik heb Limberg in de afgelopen twee maanden ook leren kennen als een muis die het liefst de hele dag buiten is. Meer een veldmuis dan een huismuis, zullen we maar zeggen. Een beetje bezorgd klopte ik dus op zijn voordeur. Het licht brandde, hij moest thuis zijn.
Wat ik daarbinnen aantrof valt met geen pen te beschrijven, hoewel ik het nu toch ga proberen. In een hoekje van de muffe woonkamer stond Limberg te rillen van de kou, ook al was het helemaal niet koud. Hij zag er slecht uit – bleek, met diepe wallen onder zijn ogen. “Oma, bent u dat?” vroeg hij zwakjes. “Ik voel me niet zo goed.” Die arme Limberg, hij was duidelijk doodziek! Zo snel als ik kon holde ik naar de winkel van Tom Nook (supermarkt, tuincentrum, woonwinkel én apotheek) voor een zak medicijnen. Toen hij die naar binnen had gewerkt zei Limberg dat hij zich al een stukje beter voelde, maar hij zag er eerlijk gezegd nog niet beter uit. Ik vrees dat het nog wel een paar dagen zal duren voordat hij weer helemaal de oude is.
Ik zeg het nog maar een keer: smokings zijn geweldig! Sinds ik rondloop in het zwart jasje met het witte overhemd voel ik me zelfverzekerder, zijn de dorpsbewoners vriendelijker en serveert Brewster mijn koffie in een schoon kopje (daarvoor dus blijkbaar niet!?) Maar het is niet alleen mijn imago dat erop vooruit is gegaan. Alles gaat beter met een smoking. Zo stond ik vandaag voor de zoveelste keer bovenaan de waterval, te doen wat ik daar altijd doe. Namelijk: mijn hengel uitwerpen in de diepte. Op goed geluk natuurlijk, maar stiekem hoop je toch dat er een keer iets zal bijten. Hoe stoer zou dat zijn? Bovenop de waterval een vis vangen die ergens in de rivier beneden rondzwemt.
Of het echt kwam door mijn nieuwe smoking zullen we wel nooit weten, maar vandaag was dat precies wat er gebeurde. Ik voelde iemand aan mijn haakje knabbelen, haalde de hengel binnen en hield plotseling een spartelende goudvis in mijn handen. Blathers, de beheerder van het Kramer-museum, zal zijn ogen niet geloven als ik dit exemplaar kom afgeven. En als ik daar dan toch ben, bestel ik misschien ook weer een kopje koffie in Brewster’s koffiebar. Sinds ik lid ben van de schone kopjes-club smaken die me namelijk nog veel beter!
De rest van de wereld wist het natuurlijk al langer, maar sinds kort ben ik er ook achter: een smoking dragen is fantastisch! Ik voel me niet alleen een ander mens, ik word ook opeens behandeld als een ander mens. Zomaar uit het niets komen mijn buren me vertellen hoe hip ze mijn nieuwe shirt vinden. (Heb je die soms gekocht bij Graciegrace, wilde Jambette weten. Ze kon mijn bevestigende antwoord bijna niet geloven). Ook geeft iedereen me al de hele dag rollen behangpapier cadeau. Waarschijnlijk vanuit de gedachte: iemand die zichzelf zo mooi aankleedt moet ook in een mooi aangekleed huis wonen.
(Al kan het er ook mee te maken hebben dat Sahara de rondreizende wandtapijtverkoopster vandaag in Kramer was).
Alleen Olivia, de vervelende buurvrouw die zelf altijd opschept over haar dure kleding, heeft nog niets over mijn smoking gezegd. En het is niet alsof ik haar niet genoeg kansen heb gegeven. De hele dag draai ik al om haar heen. Ik bots per ongeluk tegen haar op, ik kuch zo opvallend mogelijk en bij iedere gelegenheid spreek ik haar even aan. Het bestaat niet dat ze het niet heeft gemerkt, maar ze negeert mijn nieuwe smoking gewoon. Ze maakt opmerkingen over het weer of ze zegt dat ze echt geen behangpapier voor me heeft. Olivia doet net of er niets aan de hand is, maar ik zie hoe haar ogen branden van jaloezie. Ze kan het niet uitstaan dat ik nu de best geklede inwoner van Kramer ben!
Vandaag was het dan zover. Eindelijk ging ook ik een kijkje nemen in die grote stad waar iedereen altijd zulke enthousiaste verhalen over heeft. En als ik zeg ‘iedereen’, dan bedoel ik natuurlijk vooral mijn buurvrouw Olivia. En als ik zeg ‘enthousiaste verhalen’, dan bedoel ik natuurlijk vooral haar eindeloze gezeur over kledingboetiek Graciegrace waar zij al haar kleding koopt omdat haar smaak zoveel verfijnder is dan de mijne. (Ik ben het daar niet per se mee oneens, maar ze hoeft het er ook niet zo nadrukkelijk in te wrijven). Op mijn gemak wandelde ik dus naar de bushalte. Ik had zowaar geluk: voordat ik zelfs maar op het bord met aankomsttijden kon kijken parkeerde de bus al voor mijn neus. Wat een timing!
Het plan was om direct na aankomst naar Graciegrace te hollen en daar het allerduurste kledingstuk te kopen, maar halverwege zag ik opeens een bekend gezicht tussen het winkelende publiek. Het was mijn oude vriend Egbert! De laatste keer dat ik hem zag is meer dan een jaar geleden, maar toen ik hem aansprak maakte hij een typische Egbert-opmerking en het was meteen weer precies zoals vroeger. Hij zei: “Waar zijn alle restaurants in deze stad!? Geen restaurants betekent dat ik ook geen Panna Cotta kan eten!” Ik moest lachen. Blijkbaar heeft hij na al die tijd nog steeds een voorkeur voor exclusieve toetjes. Kon ik hem maar overhalen om ook naar Kramer te verhuizen. Animal Crossing is gewoon niet hetzelfde zonder Egbert.
Kledingboetiek Graciegrace viel na al die enthousiaste verhalen wel een beetje tegen. Vanwege een grote uitverkoop was bijna alles… nou ja, uitverkocht. Het enige wat er nog hing was een zwarte smoking. Die heb ik toen maar gekocht. Hij kostte 3600 Bells maar volgens verkoopster Labelle was dat de halve prijs. Eigenlijk heb ik nu dus een behoorlijk exclusieve smoking ter waarde van 7200 Bells. Ik kan niet wachten om Olivia stikjaloers te maken!
Recente Reacties