Vanavond zag ik in de koffiebar iets wat ik in de koffiebar van mijn oude dorpje nooit heb gezien: klanten! In Costanza kreeg ik altijd sterk de indruk dat Brewster volledig afhankelijk was van mijn klandizie, maar in Kramer wonen blijkbaar meer koffiefanaten. Alledrie de barkrukken waren bezet, de koffie pruttelde en uit een verborgen speaker klonk alleszins acceptabele pianomuziek. Met een beetje fantasie was de sfeer bijna gezellig te noemen. In de hoek zat Rowan, die vertelde dat hij vandaag een tonijn stoofpot voor zichzelf had gemaakt. “Ik denk dat ik er teveel van heb gegeten Erik! Daarom ben ik ook hier, niks kalmeert mijn maag zo goed als Brewster’s speciale koffiemix.” Grinnikend bestelde ik ook een kopje, die Rowan heeft altijd de raarste verhalen.
Naast mij slaakte Phyllis van het gemeentehuis een zucht. Ze was zichzelf moed aan het indrinken voor haar nachtdienst. “Ik weet niet eens meer hoeveel jaar ik daar al werk,” mompelde ze somber. “Ik had al lang geleden ontslag moeten nemen, maar ik kan niets anders en nu ben ik te oud om iets nieuws te leren.” Op zo’n deprimerende mededeling wist niemand iets te zeggen en zwijgend dronken we onze koffie. De stemming was er danig uit, totdat Rowan vanuit het niets riep dat hij om één of andere reden altijd honger kreeg van Brewster’s gezicht. “Ik krijg zomaar ineens trek in mijn moeder’s tonijn stoofpot!”
Wow, dacht ik, wat knap! Eerst maakt hij ze hongerig, daarna geneest hij hun buikpijn. Ik weet niet hoe Brewster het voor elkaar krijgt, maar als hij al zijn klanten zo slim bespeelt is het geen wonder dat de zaken zo goed gaan.
Toen ik gisteren op het strand een sneeuwbal vond met vlak daarnaast een kokosnoot, kreeg ik een gouden idee. Ik begroef de kokosnoot, rolde twee sneeuwballen tegen elkaar en verheugde me al op de foto die ik over een paar dagen zou maken. Ik zou erop staan en een palmboom én een sneeuwpop. Wanneer heb je die drie dingen voor het laatst op één foto gezien? Zoiets kan alleen in Kramer. Het zou de ultieme kerstkaart worden! Helaas had ik bij het bedenken van mijn geniale plan één klein detail over het hoofd gezien: ik was vergeten dat sneeuwpoppen smelten.
Dus daar stond ik dan vandaag, midden tussen een miniatuur palmboom die nog lang niet was volgroeid en een miniatuur sneeuwpop die in een hoog tempo kleiner werd. Op deze manier zou de palmboom groot genoeg zijn op precies dezelfde dag dat de sneeuwpop volledig was verdwenen. Die ultieme kerstkaart kon ik dus wel vergeten en ik had mezelf voor het hele dorp belachelijk gemaakt. Hoewel, het kon natuurlijk altijd erger. “Koud he?” zei Rowan toen hij scherm binnen wandelde. “Maar ik heb vandaag mijn extra dikke wollen onderbroek aan, dus het kan mij niet schelen hoe koud het wordt! Kom maar op winter!” Ik keek nog eens goed naar Rowan. Naar zijn groene shirt en de gestreepte staart die er vrolijk en vrij onder vandaan zwiepte. Ik opende mijn mond om iets te zeggen, maar ik deed hem weer dicht omdat ik de juiste woorden niet kon vinden. Hoe vertel je je buurman dat hij is vergeten zijn onderbroek aan te trekken?

Al bijna twee weken kom ik iedere dag op hetzelfde tijdstip door dezelfde voordeur naar buiten – ik leid een saai bestaan, ik weet het – en al die tijd trof ik daar nog nooit een gouden olielamp aan. Ik was dus behoorlijk verrast toen er vandaag wel eentje lag. Op de drempel, vlak voor mijn voordeur. Ik struikelde er zowat over. Nieuwsgierig raapte ik het ding op en bekeek hem van alle kanten. Het was beslist een olielamp. Waar kwam die nu weer vandaan? “Een lege lamp,” was de enige omschrijving. Ja, dat kon ik zelf ook nog wel zien. Maar waarom lag er een lege lamp op mijn drempel?
De rest van de dag verliep zonder al te grote verrassingen – ik wandelde door Kramer, maakte met iedereen een praatje, trof op het strand de voorbereidingen voor een interessant experiment waar ik morgen hopelijk meer over kan vertellen en ik dronk een kopje koffie bij Brewster – maar al die tijd moest ik denken aan de lamp. Dingen gebeuren nooit zomaar, vooral niet in Animal Crossing, dus wat had die lamp te betekenen? Terwijl ik peinzend over het strand liep hoorde ik iemand praten. “Pardon,” zei de stem, “kun je misschien even deze kant op komen?”
Ah, Aurora Borealis! Dat is wat er gebeurt als deeltjes zonne-energie in onze dampkring terechtkomen en daar reageren met de zuurstof- en stikstofatomen. Staat ook wel bekend als het noorderlicht. Dat klinkt heel wetenschappelijk, maar het belangrijkste om te onthouden is dat het eruitziet als een schitterend gordijn van licht dat op sommige nachten in de lucht hangt. Ik zou het wat graag eens met mijn eigen ogen willen zien, maar helaas komt het in Nederland bijna nooit voor. Gelukkig heb ik Animal Crossing nog, zodat ik in het spel kan meemaken wat me in het dagelijks leven niet is gegund. Als ik ‘s avonds in Kramer kom is er altijd een noorderlicht aan de gang.
Zo ook gisteravond. Ik was even gestopt met vissen om naar het schouwspel in de lucht te kijken. Het zag er echt uit als een zachtjes golvend gordijn. Omdat het steeds van kleur veranderde kon ik maar niet ophouden met staren. Ik was zo geconcentreerd op de mooie kleurtjes dat ik Olivia pas zag toen ze pal naast me stond. “He Erik,” vroeg ze vanuit het niets, “ik ga straks op bezoek bij Patty en ik wil een taart voor haar bakken. Weet jij wat ze lekkerder vindt, appels of perziken?” “Eh… perziken?” gokte ik. Patty en ik hadden onze fruitvoorkeuren nog nooit met elkaar besproken maar ik hield in ieder geval meer van perziken. “Okee!” riep Olivia enthousiast, “Dan bak ik een perziktaart. En als Patty het niet lekker vindt zeg ik gewoon dat het jouw schuld is!”
“Dat is goed,” mompelde ik afwezig. Man, wat was dat noorderlicht fascinerend. Woonde ik maar op de poolcirkel zodat ik het echt kon meemaken, dan zou ik… wacht wat? Mijn schuld? Maar zo had ik het niet bedoeld! Ik wilde nog protesteren maar Olivia was al nergens meer te bekennen. Die stond haar bakplaat natuurlijk al in te vetten. Ik hoop maar dat Patty perziken lust!
Vertel mij eens, spelers van Animal Crossing, komt dit scenario jullie bekend voor? Nietsvermoedend wandel je door je dorp – je ruikt aan de bloemetjes, je schiet eens een ballon uit de lucht, je praat over koetjes en kalfjes met de andere bewoners – als je tot je verbazing een insect hoort tjilpen. (Verbazing omdat iedereen weet dat de enige insecten die in de winter hun gezicht laten zien de mestkevers zijn die sneeuwballen door het dorp rollen). En waar je ook zoekt, de bron van het getjilp is nergens te vinden. Je hebt ieder grassprietje ondersteboven gekeerd en het blijft maar tjilpen. Het is om gek van te worden!
Vandaag ontdekte ik dan eindelijk waar dat helse geluid vandaan komt. En ik heb het allemaal te danken aan mijn goede vriend Rowan en zijn niet-zo-subtiele hint: “Als je een insect hoort tjilpen maar je kunt hem nergens vinden, dan woont hij waarschijnlijk onder de grond!” Bedankt Rowan, dat laat aan duidelijkheid in ieder geval niks te wensen over. Nog geen vijf minuten later hoorde ik het geluid alweer en ik pakte mijn schep. Het kostte me een paar pogingen om hem te vinden (lees: ik moest over het hele scherm gaten graven voordat ik dat rotbeest te pakken had), maar toen kon ik de boosdoener eindelijk in mijn schepnet vangen. Het was een veenmol (Mole Cricket). Een zeldzaam insect dat volgens wikipedia zelfs sporadisch voorkomt in Nederland en België!
Nou het is zover hoor. Het ging een hele tijd goed, maar vandaag gaf de beheerder van het museum me dan toch de gevreesde ik-ben-bang speech. “O jee, ” zei Blathers, want zo heet de beheerder, “ik ben bang dat we al een Stegosaurus schedel in onze collectie hebben!” En met die woorden gaf hij me de schedel terug. Het moest natuurlijk ook een keer misgaan. Sinds ik vorige week een schep kocht heb ik alleen nog maar onbekende fossielen opgegraven. Vanaf nu zullen dat wel steeds vaker dubbele exemplaren worden. Zo gaan die dingen in Animal Crossing. Een beetje somber verliet ik dan ook het museum.
Zodra ik buiten kwam liep Limberg op me af. Hij keek niet vrolijk. “Klopt het wat ik heb gehoord!?” riep hij gespeeld-boos. “Ze zeggen dat jij een Stegosaurus schedel hebt gevonden zonder mij iets te vertellen! Het is waar he? Probeer het maar niet te ontkennen!” Opeens keek hij me een beetje sluw aan, alsof ik op het punt stond ergens in te trappen. “De enige manier waarop je dit weer kunt goedmaken is door die schedel aan mij te verkopen.”
Nu kwam het er op aan. Zelfbeheersing. Cool blijven. Ik wilde dolgraag van die schedel af, maar dat mocht ik natuurlijk niet laten merken. Onverschillig haalde ik daarom mijn schouders op en vroeg wat hij er dan voor over had. “Zo mag ik het horen!” riep Limberg. “Over alles valt te onderhandelen! Wat dacht je van 5214 Bells?” Ik verslikte me bijna in mijn kauwgom. Vijfduizend Bells? Dat was een bizar goed aanbod! Veel meer dan zo’n schedel eigenlijk waard is. “Vooruit dan maar,” antwoordde ik zo ongeïnteresseerd mogelijk en nam Limberg’s grote zak met geld in ontvangst. Wat een sukkel is die Limberg!
Ik kwam Ankha tegen voor de deur van haar huis. Zenuwachtig drentelde ze daar rond alsof ze naar iets op zoek was, maar toen ik haar aansprak was er zogenaamd niets aan de hand. Ik bleef vissen en na een paar beleefde opmerkingen kwam het eruit: ze kon haar sleutel niet meer vinden. Ze beet op haar lip. Het huilen stond haar waarschijnlijk nader dan het niet-huilen. Wist ze nog waar ze hem voor het laatst gezien had, vroeg ik op mijn belangstellendst. Ja, dat wist ze nog. Ze had haar sleutel naar alle waarschijnlijkheid in de rivier laten vallen.
(Waarom zocht ze dan op de grond voor haar huis?)
Nieuwsgierig wandelde ik naar de rivier en keek uit over het water. Zou hier echt ergens een sleutel liggen? Eerst speurde ik naar iets kleins en glimmends op de bodem, maar ik merkte al snel dat dat niks opleverde. Uit verveling begon ik toen maar te vissen en toen gebeurde het. Een donkere schaduw die later Ankha’s sleutel bleek te zijn zwom onder de brug vandaan – tegen de stroom in – draaide drie rondjes om mijn dobber, hapte in het haakje, stribbelde een paar seconden fel tegen en kwam uiteindelijk spartelend boven water. Dames en heren, dat is voorwaar geen slechte prestatie voor een huissleutel!
Enthousiast nam ik het ding mee terug naar Anha’s huis. Ik voelde me best een beetje een held en ik verheugde me al op de beloning. Die viel uiteindelijk een beetje tegen (ze gaf me een Gyroid zoals ik er vandaag zelf ook al drie had opgegraven), maar de blik in haar ogen maakte gelukkig een hoop goed. Nog nooit eerder zag ik een kat zo dankbaar kijken.
Eigenlijk woon ik hier te kort om feest te vieren. Het is ver na middernacht, de hemel wordt verlicht door vuurpijlen, alle inwoners van Kramer dansen op straat en ik… ik voel me plotseling een beetje eenzaam. ‘Wie ken ik hier eigenlijk?’ vraag ik me hardop af. Wie is die Ankha die zegt dat wij komend jaar nóg betere vrienden moeten worden? Wat heb ik te maken met Winnie die me probeert wijs te maken dat ik de vuurpijlen moet tellen tot 108 om gelukkig te worden? (Zoiets krankzinnigs heb ik nog nooit gehoord!) Wat doe ik hier in hemelsnaam?
Maar dan kom ik een paard tegen met de naam Clyde. Hij beweert dat hij vannacht net zolang gaat eten totdat zijn broek ontploft. Ik kan er niets aan doen maar om zo´n opmerking moet ik toch glimlachen. “Mijn wens voor 2009 is dat jij me niet teveel lastigvalt,” moppert de altijd chagrijnige Limberg even later en ik schiet alweer in de lach. Dan kom ik tijger Rowan tegen die voorspelt dat hij en ik dit jaar groot en gespierd zullen worden. “En als ik zeg jij en ik dan bedoel ik natuurlijk vooral jou; ik ben immers al groot en gespierd.” Hij rolt met zijn spierballen en opeens zie ik de toekomst weer wat zonniger in. Zelfs al ken ik hier nog niemand, misschien is Kramer zo gek nog niet!

In het kader van mijn bijbaantje mocht ik vandaag een vloerkleed bezorgen. De gelukkige ontvanger was mijn buurvrouw Patty. Ik kwam geen seconde te vroeg, zo zei ze. Haar oude vloerkleed kon namelijk écht niet meer. Vooral niet omdat ze er iedere nacht overheen sloop voor een stiekeme snack waardoor de route van haar bed naar de koelkast inmiddels tot op de draad was versleten. Bovendien was het ‘s nachts donker, dus het gebeurde nogal eens dat ze dan per ongeluk een glas melk op de grond liet vallen. Haar oude tapijt was met andere woorden vies, oud en versleten.
Nee, dat nieuwe kleed kwam echt precies op tijd. Ze ging het dadelijk meteen op de grond leggen, beloofde ze. Ik zag hoe ze speurend om zich heen keek. Wat kon ze mij nu eens geven als presentje voor het zo op tijd bezorgen van haar bestelling? Van Rowan had ik gisteren een complete sateliet gekregen, dus mijn verwachtingen waren redelijk hooggespannen. Plots verscheen er een uitroepteken boven Patty’s hoofd. “Ik weet het al,” riep ze, “neem jij mijn oude vloerkleed maar!” Ze duwde me een stinkende voddenlap vol melkvlekken in handen. “Echt iets voor jou!” meende ze.”Als je er goed voor zorgt kan hij nog jaren mee.” En met die woorden werkte ze me de deur uit. Van je buren moet je het maar hebben!

In de handleiding van Animal Crossing: Let’s Go To The City worden ouders gewaarschuwd dat jonge kinderen misschien bang kunnen worden van het personage Mr. Resetti. Ik moest lachen om zoveel overbezorgdheid, totdat Mr. Resetti mij vanmorgen persoonlijk kwam opzoeken…
Dat was het eerste waarover ik me verbaasde. Ik had het spel gisteren op de normale manier opgeslagen en ik ben gewend dat Mr. Resetti alleen langskomt (en boos is) als het spel verkeerd is afgesloten. Het tweede was zijn opvallend goede humeur. Ik ken Mr. Resetti niet anders dan de chagrijnige oude mol die overal op moppert. Wat moest ik denken nu hij ineens op bezoek kwam om mij namens Nintendo vriendelijk te bedanken voor het aanschaffen van dit spel? Had hij zijn leven echt gebeterd of was dit gewoon een nieuwe truc?
“Ik zie dat je de vorige keer goed hebt afgesloten,” zei Mr. Resetti nog steeds niet onvriendelijk. “Daar ben ik blij om. Als je dat volhoudt heb ik geen problemen met jou en krijg jij geen problemen met mij. Alle andere spellen mag je afsluiten zoals je zelf wilt, maar…” op dat moment plaatste hij zijn hand op mijn schouder en keek me strak aan, “…ik raad je ernstig aan om dit spel pas af te sluiten nadat je je voortgang hebt opgeslagen.” Zijn vingers knepen net iets te hard in mijn schouder. “Begrijpen we elkaar? Ik raad het je ERNSTIG aan.”
Net zo onverwacht liet hij toen weer los en begon schaapachtig te lachen. “Moet je mij horen. Ik sta hier weer veel lang door te ratelen. Jij hebt vast ook betere dingen te doen.” Met een korte buiging nam hij afscheid en verdween weer onder de grond. Trillend als een rietje bleef ik achter. Intimiderend voor jonge kinderen? Mr. Resetti jaagt mij ook de stuipen op het lijf!
Recente Reacties